mylife Clickfine

Veelgestelde vragen

Waar moet ik met een pen insuline injecteren?

  • Injecteer de insuline altijd subcutaan (in het vetweefsel dat boven de spier ligt). De aanbevolen injectieplaatsen hangen af van het type insuline dat u voorgeschreven krijgt. Raadpleeg uw diabetesteam en volg de voorschrijfinformatie op van uw insuline.
  • Als je te vaak op dezelfde plaats injecteert, ontwikkelen zich verhardingen of knopen en de insuline wordt niet meer goed opgenomen. Wissel regelmatig van injectieplaats om deze problemen te vermijden.

Hoe kan ik insuline op de juiste manier injecteren met een pen?

  • In de meeste gevallen is het niet nodig om bij gebruik van een naald van 4 mm een huidplooi op te tillen. Breng de naald haaks in, dus in een hoek van 90° ten opzichte van het huidoppervlak en hou de naald in de huid terwijl u langzaam tot 10 telt. Met een pennaald van 4 mm is het gemakkelijker om in de bovenarm of de billen te injecteren, omdat er meestal geen huidplooi nodig is. Om veilig insuline te kunnen injecteren in een arm of been of dunne buik is misschien ook bij een naald van 4 mm een huidplooi nodig.
  • Wanneer u insuline inbrengt met een naald van 6 mm, til dan een huidplooi op of breng de naald in een hoek van 45° in.
  • Wanneer u een pennaald gebruikt van 8 mm of langer, til dan een huidplooi op of breng de naald in een hoek van 45° in om intramusculaire injecties te voorkomen.
  • Voor een goede huidplooi gebruikt u uw duim en wijsvinger (eventueel samen met uw middelvinger). Als u al uw vingers tegelijk gebruikt, is er een kans dat u samen met het subcutane weefsel ook een spier optilt, wat kan leiden tot intramusculaire injecties. De opgetilde huidplooi moet niet zo sterk worden samengeknepen dat hij bleek wordt of dat het pijn doet. Bespreek met uw diabetesteam of u een huidplooi moet gebruiken en zo ja wanneer en pas de juiste techniek toe.

Hoe bepaal ik de juiste naaldlengte?

Welke naaldlengte wordt gebruikt, verschilt per persoon en hangt af van wat u en uw diabetesteam daarover besluiten. Deze keuze is gebaseerd op verschillende factoren, waaronder de hoeveelheid subcutaan weefsel op de aanbevolen injectieplaatsen, de injectietechniek, het type insuline en uw persoonlijke voorkeur. Langere naalden kunnen het risico van intramusculaire injecties vergroten. Kortere naalden worden vaak als veiliger beschouwd en worden vaak beter verdragen.