Diabetesweetjes

Insulinepomptherapie

Insulinepomptherapie (CSII – continue subcutane insuline-infusie)

Bij deze therapie voorziet een insulinepomp het lichaam continu (de klok rond) van een basale hoeveelheid insuline. Bij de maaltijden wordt daarnaast de benodigde hoeveelheid insuline afgegeven met een druk op een knop. Een belangrijk verschil met de therapie met behulp van een insulinepen is: er wordt alleen gebruik gemaakt van kortwerkende insuline, waarmee zowel in de basisbehoefte wordt voldaan als in de behoefte voor maaltijden.

Een insulinepomp wordt op het lichaam gedragen. Voor een goede insulinepomptherapie moet de insulinebehoefte individueel worden ingesteld in de insulinepomp en moet de therapie regelmatig worden gecontroleerd door middel van een bloedglucosemeting.

Er zijn twee systemen van insulinepompen beschikbaar:

  • De conventionele insulinepomp met slang
    Bij dit systeem wordt de insulinepomp bijvoorbeeld aan de riem gedragen. Via een infuusset met een slang, waarvan de canule zich in het onderhuidse vetweefsel bevindt, komt de insuline in het lichaam terecht.
  • De insulinepatchpomp (‘opplakpomp’)
    Voor deze insulinepomp is geen slang nodig. De insulinepatchpomp omvat twee onderdelen:
    1. een ‘Pod’, die op de huid wordt geplakt en die de eigenlijke insulinepomp vormt (met ampul insuline, canule en mechaniek voor de afgifte van insuline).
    2. een ‘Personal Diabetes Manager’ (PDM), die wordt gebruikt om de functies van de insulinepatchpomp te bedienen.

Ten opzichte van de intensieve conventionele insulinetherapie (ICT) heeft de insulinepomptherapie onder andere de volgende voordelen:

  • De regelmatige injecties met de insulinepen komen te vervallen, want de canule van de insulinepomp blijft twee à drie dagen in de huid zitten.
  • De insulinepomp zorgt voor een vrijwel fysiologische insulinevoorziening (insulinevoorziening zoals bij iemand zonder diabetes).
  • Doordat de insulinevoorziening is aangepast aan de individuele behoeften, kunnen ochtendlijke hoge bloedglucosewaarden (‘dawnfenomeen’) of regelmatige hypo’s (te lage bloedsuikerwaarden ofwel hypoglykemieën) worden verminderd.
  • Aangezien alleen gebruik wordt gemaakt van kortwerkende insuline is grote flexibiliteit mogelijk, bijvoorbeeld bij lichamelijke activiteiten/sport, tijdens de maaltijden of bij uitslapen.
  • Een onregelmatig dagritme en ploegendiensten laten zich beter in overeenstemming brengen met insulinepomptherapie, aangezien de insulinebehoefte beter individueel kan worden aangepast doordat uitsluitend gebruik wordt gemaakt van kortwerkende insuline.

Afgifte van insuline bij de insulinepomptherapie (CSII)

Afgifte van insuline bij de insulinepomptherapie in vergelijking met de afgifte van insuline bij iemand zonder diabetes: de insulineafgifte met een insulinepomp en de afgifte van insuline bij mensen zonder diabetes verloopt heel vergelijkbaar.

Afgifte van insuline bij de insulinepomptherapie (CSII)
Insulinfreisetzung bei Nichtdiabetiker Afgifte van insuline bij mensen zonder diabetes
Mahlzeit Maaltijd
Basalinsulin Basaalinsuline
Bolusinsulin Maaltijdinsuline
Bolus (kurz wirkendes Insulin) Bolus (kortwerkende insuline)