Diabetesweetjes

Uitvoeren van een injectie

Stap voor stap

Voor de injectie

Handen wassen met water en zeep.

Handen wassen met water en zeep.

Opmerking: Troebele insuline (NPH of menginsuline) mengen. Kantel en zwenk de pen 10 × voorafgaand aan iedere injectie conform de instructies van uw diabetesbehandelaar en de fabrikant van de insuline.

Opmerking: Troebele insuline (NPH of menginsuline) mengen. Kantel en zwenk de pen 10 × voorafgaand aan iedere injectie conform de instructies van uw diabetesbehandelaar en de fabrikant van de insuline.

Uitvoeren van de injectie

Beschermfolie verwijderen.

Beschermfolie verwijderen.

let op: Klik de naald niet schuin op zijn plaats.

Let op
Klik de naald niet schuin op zijn plaats.

mylife Penfine Classic – Schroef de naald met de buitenste naaldbeschermdop op de pen, tot hij vastklikt.

mylife Penfine Classic – Schroef de naald met de buitenste naaldbeschermdop op de pen, tot hij vastklikt.

Klik de mylife Clickfine-pennaald met de buitenste naaldbeschermdop verticaal op zijn plaats.

Klik de mylife Clickfine-pennaald met de buitenste naaldbeschermdop verticaal op zijn plaats.

Tip mylife Clickfine: Zet de pennaald verticaal op een tafelblad en klik de pen er van boven op.

Tip mylife Clickfine: Zet de pennaald verticaal op een tafelblad en klik de pen er van boven op.

Trek de buitenste naaldbeschermdop verticaal van de spuit en bewaar hem.

Trek de buitenste naaldbeschermdop verticaal van de spuit en bewaar hem.

Verwijder de binnenste naaldbeschermdop.

Verwijder de binnenste naaldbeschermdop.

Controleer iedere keer voor de injectie of de injectiepen klaar is voor injectie conform de gebruiksaanwijzing van de injectiepen (doorlaatbaarheidstest).

Controleer iedere keer voor de injectie of de injectiepen klaar is voor injectie conform de gebruiksaanwijzing van de injectiepen (doorlaatbaarheidstest).

Stel de juiste dosis in. Zet de pennaald op de juiste injectieplaats.

Stel de juiste dosis in. Zet de pennaald op de juiste injectieplaats.

Injecteer de insuline langzaam volgens de instructies van de diabetesbehandelaar door indrukken van de doseerknop.

Injecteer de insuline langzaam volgens de instructies van de diabetesbehandelaar door indrukken van de doseerknop.

Tel langzaam tot  10 voor u de naald uit het weefsel trekt.

Tel langzaam tot 10 voor u de naald uit het weefsel trekt.

Breng de buitenste naaldbeschermdop zorgvuldig aan (alleen bij zelfinjectie).

Breng de buitenste naaldbeschermdop zorgvuldig aan (alleen bij zelfinjectie).

Schroef de naald los.

Schroef de naald los.

Gooi de gebruikte naald op een veilige manier weg.

Gooi de gebruikte naald op een veilige manier weg.